Interview met boswachter Nico Boele

Nico Boele is al sinds 1979 boswachter van Staatsbosbeheer in het Westerkwartier. In de Peebos (gemeente Grootegast) bij het Blotevoetenpad vertelt hij vanuit zijn ervaring over de uitdagingen van het Westerkwartier. Nico Boele: “Wil je dit landschap in stand houden? Voor een gemeente van de schaal van Grootegast is dit heel moeilijk. Een grotere gemeente Westerkwartier biedt meer kansen en mogelijkheden.”

Wat betekent de gemeente voor u en uw organisatie?

“Er ligt hier een gouden toekomst voor ons. We hebben veel partners en kunnen daardoor ook steeds meer bereiken. Voor een lange periode was de stijl van het gemeentebestuur echter vooral top-down. Ik heb veel problemen gehad om mijn ideeën te presenteren. Het was vaak een hele toer om iets te organiseren. Zo’n tien tot vijftien jaar geleden veranderde de houding van de gemeente. We kwamen toen samen tot het besef dat het buitengebied belangrijk is voor de ontwikkeling van recreatie. Daar horen coulissen, ondernemers en boeren bij.

Nu bestaat er de Gebiedscoöperatie Westerkwartier. Die omvat al precies het werkveld van de nieuwe gemeente. Hoe luxe wil je het hebben? Deze vorm van samenwerking, met bijvoorbeeld zorgpartners, past precies in deze tijd: betrokken zijn en faciliteren. Samen kunnen we dan werken aan thema’s die ik graag wil aanpakken: het beheer van waardevolle cultuurgraslanden, petgaten en het behoud door beheer van de karakteristieke houtsingels.

“Eigenlijk ben ik vooral een maatschappelijk werker”

Samen moet je het doen. Juridisch zijn we eigenaar van stukken land, maar eigenlijk is de gemeenschap de emotionele eigenaar. Dat moet je respecteren en van daaruit moet je samenwerken met boeren en inwoners. Je moet hen faciliteren. Officieel ben ik natuurbeheerder, maar eigenlijk ben ik vooral een maatschappelijk werker.”

Begrijpt u waarom de gemeenten voor een herindeling kiezen?

“De herindeling had veel eerder moeten gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan de A7, die nu door drie Westerkwartier gemeenten loopt. Elke gemeente wil daar een industriegebied aan hebben. Nu concurreren de gemeente met elkaar. Straks niet meer. Nu mag ik in Grootegast een boom niet kappen en in Marum wel. Straks is er één beleid. Het gebied is al een eenheid, waarom de gemeenten dan nog niet? Wil je dit landschap in stand houden? Voor een gemeente van de schaal van Grootegast is dit heel moeilijk. Een grotere gemeente Westerkwartier biedt meer kansen en mogelijkheden. Zij kunnen samenwerken op Europees niveau.

“De tijd van een gemeentehuis vol grijze ambtenaren is nu wel voorbij”

Aan de andere kant kon je vroeger gewoon naar de burgemeester zelf toe en even met hem praten. Dat had zijn charme. Die menselijke maat kan verloren gaan. Het wordt een uitdaging om als gemeente toch dichtbij je inwoners te blijven staan. Straks komt de discussie: waar bouwen we het nieuwe gemeentehuis? Ik zou zeggen, werk zonder gemeentehuis. Op die manier kun je juist dichtbij komen. De tijd van een gemeentehuis vol grijze ambtenaren is nu wel voorbij. Kom maar naar mij toe.

Veel meer mensen kunnen genieten van het Westerkwartier. Het landschap is nu echter vooral ingericht voor boeren. Er liggen mogelijkheden voor nieuwe kleine voorzieningen. Daar ligt ook een rol voor de gemeente. Denk aan het realiseren van een parkeerplek, een Bed & Breakfast of een groepsaccommodatie. Daar is meer bestuurlijk maatwerk van de gemeente voor nodig. Dit is niet een kans voor de nieuwe gemeente, dit is een must.”

Wat is volgens u de identiteit van het Westerkwartier?

“Westerkwartierders zijn geen Groningers en het zijn geen Friezen, Westerkwartierders zijn zichzelf. Echt een heerlijk volk, prachtig. Vroeger hadden ze hier meer kinderen dan koeien. Het was hard werken. Dat doet iets met de mens. Je moest het met elkaar doen. Als we iets willen bereiken hier, doen we het nog steeds samen. Hier ben ik eigenlijk best trots op. De kunst is om dit als gemeente te herkennen, te erkennen en te faciliteren.

Toen ik met buitenlandse bezoekers over het Westerkwartier sprak, vertelden ze hoe bijzonder het hier is, een gebied is met zoveel verschillende landschappen. Het is een overgangsgebied tussen de zandkop van Drenthe en het noordelijk kleigebied. Het is ook een toegankelijk gebied waar inwoners allerlei spulletjes langs de weg verkopen, dat heeft iets intiems. Noaberschap en samen sterk, dat blijf je hier zien en dat moet zo blijven. Dat is onze identiteit.”

E-mail updates

Ontvang een update als een nieuw artikel op deze website wordt geplaatst.
Facebook
Twitter