Interview Janneke Klijn

Janneke Klijn

Janneke Klijn is directeur van dé woningcorporatie in het Westerkwartier, Wold & Waard. De organisatie heeft bijna 5.000 woningen in 34 dorpen in de gemeenten Grootegast, Leek, Marum en Zuidhorn. De corporatie richt zich vooral op mensen met een lager inkomen of een bijzondere woonvraag. Hoe kijkt zij tegen de aanstaande herindeling aan?

Wat betekent de gemeente voor u en uw organisatie?

“De gemeente heeft voor ons een belangrijke rol. Sinds halverwege 2015 is er een nieuwe woningwet. De gemeente bepaalt voortaan een woonvisie en de corporatie levert daaraan een bijdrage. Vóór 2015 werkten we ook al samen, maar minder intensief. De insteek en intenties zijn onveranderd.

Het voordeel van samenwerken met vier kleinere gemeenten is dat je gemakkelijk contact hebt, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Alle gemeenten zijn op de hoogte op burgerniveau, ze weten bijvoorbeeld precies wie er in dorpsbelangen zit. Ik ben tevreden want de samenwerking gaat goed, ondanks de cultuurverschillen. Die heb ik niet zien veranderen in de tien jaar dat ik hier bij Wold & Waard zit. Ik vind Zuidhorn boerenverstand-praktisch en Leek is formeler: daar wordt meer vastgelegd en meer uitgewerkt. Bij Marum en Grootegast is er de wens om heel veel rekening te houden met inwoners. In alle gevallen werken wij fijn samen.

De nieuwe woningwet zet echter wel meer druk op onze verhoudingen met de gemeente. Ik vind dat het Rijk heel erg veel van de gemeente en van huurdersorganisaties verwacht. Gelukkig waren bij ons de verhoudingen al goed, maar de nieuwe situatie vraagt veel tijd en kennis.

Ik snap de visie van het Rijk om een grotere verantwoordelijkheid bij de gemeenten neer te leggen, omdat zij lokaal beter weten wat er speelt. Maar tegelijkertijd komen er zoveel nieuwe regels bij dat het moeilijk wordt om ermee aan de slag te gaan. Gemeenten lopen hier denk ik echt tegenaan.”

Begrijpt u waarom de gemeenten in het Westerkwartier voor een herindeling kiezen?

“Ik vind het samengaan van de vier gemeenten logisch, zowel qua schaal als qua professionaliteit. Ik snap de verandering. Er komen nu zoveel taken op de gemeente af, dat er wel opgeschaald moet worden. Leek en Zuidhorn zouden zich misschien nog wel redden, maar voor Marum en Grootegast wordt het echt zwaar nu gemeenten zoveel extra taken hebben gekregen.

Er wordt nu gelukkig al veel gedeeld tussen de gemeenten. Het voelt voor mij dan ook logisch dat de vier gemeenten samen verdergaan.

Toch heb ik ook zorgen. Het kan zijn dat het voor een grotere gemeente moeilijker is om maatwerk te leveren. Dan is er namelijk nog maar één wethouder van wonen, in plaats van nu vier. Omdat het groter is, sta je er verder vanaf. Hoe gaan we met die grotere afstand dealen? Ik hoop dat bestuurders de praktische insteek behouden en die weten over te dragen op hun ambtenaren.

“Leek en Zuidhorn zouden zich misschien nog wel redden, maar voor Marum en Grootegast wordt het echt zwaar nu gemeenten zoveel extra taken hebben gekregen.”

Ik hoop verder dat de nieuwe gemeente niet heel erg politiek wordt, zoals sommige gemeenten buiten het Westerkwartier zijn. Als er politieke onrust is, dan merkt de hele organisatie dat. Dingen liggen dan gevoeliger en de samenwerking gaat stroever. Ik kan me voorstellen dat de periode voorafgaand aan de herindeling wat onrustig is. Ik hoop dat het stof weer snel daalt.

Tot nu toe heb ik de indruk dat de herindeling soepel verloopt. Ik vond de inwonersbijeenkomsten van de W-500 een goed initiatief en heel erg geslaagd. Ik vind het bemoedigend om te merken dat ambtenaren nu ook al voor verschillende gemeenten werken. Dat is verstandig. De gemeente mag dat misschien wel meer uitdragen, vooral voor samenwerkende organisaties is dat bemoedigend. Zo is er ook al een gezamenlijke woonvisie van de gemeenten. Ik vind het stoer dat ze dat al hebben.

Verder is het fijn dat er een herindelingswebsite is waarop je dingen kunt volgen. Bijvoorbeeld welke stappen genomen moeten worden. Het is belangrijk om regelmatig te laten horen hoe het gaat, zodat je niet alles achter de schermen laat gebeuren.”

Wat is volgens u de identiteit van het Westerkwartier?

“Het Westerkwartier is een kleinschalig gebied met ondernemende inwoners. Ik geloof dat de aard van de bevolking een relatie heeft met het gebied. Alles is hier ruim opgezet. Een kwaliteit van het Westerkwartier is dat het een mix is van ruimte, bomen en water. Het coulisselandschap én het weidse. Het is ontzettend mooi om er te zijn. Het is open en rustig. Dat doet een mens goed. De bewoners zijn er relaxed op een bepaalde manier.

“Het maakt me trots dat we hier veel voor elkaar krijgen.”

Mensen nemen hier hun eigen verantwoordelijkheid en zijn onafhankelijk. Mensen staan hier op hun eigen benen en er wordt niet in de eerste plaats naar de overheid gekeken. Het Westerkwartier krijgt misschien wel het minste geld van de provincie. Dat komt omdat ze niet zo hard roepen en omdat ze zichzelf redden.

Er is hier veel zorg voor elkaar en er is een actief verenigingsleven. Het maakt hier mensen uit hoe het met anderen gaat. Als je relaxed wordt benaderd, dan doe je zelf ook rustiger. Dat is in andere delen van de provincie gewoon minder. Daar bellen mensen éérst de krant als ze een probleem hebben en pas dan bellen ze ons. Hier wordt eerst een oplossing gezocht. Deze sfeer zag ik ook op de W-500. Toen het over de gemeente Haren en de herindeling met Groningen ging, zei iemand: “Wij nemen Haren er wel bij. Wij komen er wel uit.” Die sfeer.

Het maakt me trots dat we hier veel voor elkaar krijgen. We kijken wel eens naar andere gebieden in Nederland hoe zij het doen, maar vaak blijkt dat wij zelf al verder zijn. Onze instelling is hier: geen woorden, maar daden.”

Aanmelden nieuwsbrief

E-mailadres:*
Facebook
Twitter