Interview Ton van Pelt

Ton van Pelt Westerkwartier

Ton van Pelt (1946) is voorzitter van Stichting Westerwijs, de onderwijskoepel van openbaar primair onderwijs in de vier gemeenten van het Westerkwartier. Momenteel vallen er 15 scholen onder deze stichting, met zo’n 2000 leerlingen. Van Pelt was tot 2007 burgemeester van Oostflakkee en is niet lang daarna naar Doezum verhuisd.

Wat betekent de gemeente voor u en uw organisatie?

“De gemeenten zijn er verantwoordelijk voor dat er openbaar onderwijs gegeven wordt. Zij moeten voor elke school die gesloten wordt instemming verlenen. De bestuursleden van Westerwijs worden door de gemeente benoemd. Daarnaast worden de begroting en de jaarrekening voorgelegd aan de gemeenteraden voor goedkeuring. Wij hebben nooit een probleem gehad met een gemeente wat betreft de aanstelling van bestuursleden. De begroting is een ander verhaal, daar zijn gemeenten kritisch op. Vaak zoeken gemeenteraden steun voor hun kritische reacties bij andere gemeenten om meer draagvlak te krijgen. Dat is niet nodig, want wij vinden de vraag van één raadslid net zo belangrijk als dezelfde vraag van vier verschillende raden.

In 2014 hebben we financieel een slecht jaar gehad. Daar schrokken de gemeenten van. We konden dat opvangen omdat we een uitstekende reservepositie hebben, maar het leidde tot de onrust bij de gemeenten. Toen heb ik met de wethouders van onderwijs afgesproken, om vier keer per jaar bij elkaar te komen. Niet om verantwoording af te leggen, maar om elkaar te informeren. Hierdoor is er minder frustratie wederzijds. De verhoudingen zijn uitstekend en ik hoop dat in de nieuwe gemeente die relatie blijft bestaan. Er zal het nodige veranderen, maar over het algemeen zal het overleg waarschijnlijk eenvoudiger worden.”

Begrijpt u waarom de gemeenten in het Westerkwartier voor een herindeling kiezen?

“We doen in het Westerkwartier al zoveel samen, waarom zijn we dan nog apart? Ik begrijp de herindeling daarom wel. Ik vergelijk het met onze komende fusie. Wij zorgen ervoor dat scholen samengaan om scholen sterker te maken en ze te behoeden tegen sluiting vanwege krimp. Waarom zou je bij zo’n fusie dan ook niet de besturen samenvoegen? Dit geldt voor gemeenten ook. Alles wordt nu al zoveel mogelijk samen gedaan. De ene gemeente houdt zich voornamelijk op dit gebied bezig en de andere op dat gebied en ze informeren elkaar. Alleen het bestuur van de gemeenten is nu nog apart.

“Ik hoop dat het de gemeente na de fusie lukt om dichtbij de burgers te blijven staan.”

Wel vraag ik me af of de gemeente echt sterker wordt door een gezamenlijke ambtelijke organisatie. Je vist eigenlijk in dezelfde vijver. Je denkt toch niet dat door de samenvoeging we ineens allemaal universitair geschoolde medewerkers krijgen? Ambtenaren kunnen zich misschien wel specialiseren, bijvoorbeeld in onderdelen van het primair onderwijs, maar de vraag is of je er gelukkig van wordt. Je krijgt wellicht een verkokering. Voor Westerwijs wordt het wel gemakkelijker: je krijgt dan te maken met iemand die van hoed en rand weet van het specifieke onderdeel.

Ik hoop dat het de gemeente na de fusie lukt om dichtbij de burgers te blijven staan. Bij een fusie raak je wel je ‘eigen’ bestuur kwijt. Nu kan een burgemeester nog in gesprek met een plaatselijke middenstander, maar kan dat straks ook nog? In een hele grote stad kennen bestuurders hun eigen ambtenaren niet eens. Dat zal straks in het Westerkwartier niet snel gebeuren, maar ik ben wel bang dat de beleving van ‘het is mijn bestuur dat hier zit’, verdwijnt. Nu voelt de burger zich erg betrokken bij het bestuur van de gemeente, zoals zichtbaar werd bij het overlijden van burgemeester Kor Dijkstra van Grootegast. Ik vraag me of dat straks ook nog zo is in de gemeente Westerkwartier.”

Wat is volgens u de identiteit van het Westerkwartier?

“Er is een sterke sociale samenhang in het Westerkwartier. Van oudsher was dit een ongelofelijk arm gebied. Daarin kun je alleen het hoofd boven water houden als je dingen gezamenlijk aanpakt. Het ouderwetse systeem van ruilhandel gaf een sterke samenhang. Je moest het wel met elkaar doen, want wanneer er ruzie ontstond met de bakker, dan had je geen brood meer. Die sociale samenhang merk je nog steeds in het gebied. Dat geeft een groot veiligheidsgevoel. Niemand eigent zich toe wat niet van hem is. Dit samenwerken komt mooi terug in de herindeling. Ik hoop dat de sociale identiteit van het Westerkwartier niet verloren gaat in de gefuseerde gemeente.

Het zuidelijk deel van het gebied is een uitloper van het Drents-Friese Wold, een prachtig landschap met veel houtsingels en kleinschalige landerijen. Het noordelijke Westerkwartier is typisch Gronings, een open uitgestrekt gebied. Deze tweeledigheid vind ik geweldig. Op die manier vind je in het Westerkwartier eigenlijk heel Nederland. Je hebt bossen, landerijen en watergangen. Het is gewoon een prachtig gebied met veel dorpen. Die kleinschaligheid vind ik heerlijk. Dat je op straat zomaar met mensen een gesprek kunt hebben. Dat je echt contact krijgt met mensen in je buurt, je omgeving.

“Er zijn hier prachtige natuurtochten, maar er komt bijna niemand op af.”

Het Westerkwartier is een gebied waar veel meer mee gedaan kan worden dan er nu gedaan wordt, als toeristisch gebied. Denk aan het meer in de publiciteit brengen en het toegankelijker maken. Veel dingen zijn alleen bekend bij de mensen die hier wonen. Als ik dicht bij huis blijf, dan denk ik aan de St Vituskerk in Doezum, een schitterend monument waar veel in eigen beheer wordt gedaan om het in stand te houden. Rondom de kerk zijn de grafzerken opgeknapt. Als ik daar nu met vrienden of bekenden langs loop dan zeggen ze steevast: “Wat is dat mooi!” Waarom hebben wij niet iets om dat meer in de publiciteit te brengen?

In de kerk van Midwolde staat een prachtig praalgraf. Het is een schitterend monument met een heel erg mooi verhaal. Zoiets zou in het westen van het land of in Limburg direct uitgebouwd worden tot een toeristische trekpleister. Dit geldt ook voor de natuur in het Westerkwartier. Er zijn hier prachtige natuurtochten, maar er komt bijna niemand op af. Ik heb met vrienden wel eens de ‘laarzenpaden’ gelopen in de Doezumermieden. Ik zei: “Dit moet je meemaken”. Je loopt van weide naar weide. Waarom is er in het Westerkwartier niet vaker een tocht, zoals de Struuntocht, waar mensen uit heel Nederland op af komen?”

Aanmelden nieuwsbrief

E-mailadres:*
Facebook
Twitter